Belangenbehartiging Europese Cultuurvogel

Welkom op de website van B.E.C.

De vereniging die opkomt voor het belang van de Europese Cultuurvogel en het kweken ervan.

Wilt u hier ook deel van uitmaken? Meld u dan nu aan als lid.

Inloggen kweker

Kweekverslag

Terug naar overzicht
    DE KRUISBEK (Loxia curvirostra curvirostra)

Met toestemming van Alois van Mingeroet overgenomen

uit zijn boek

"Europese vogels kweken en tentoonstellen" – 2e druk 2001

Een rare kwast

De kruisbek is een echte wereldburger. Zo komt hij niet alleen voor in Europa, maar ook in Azië, Afrika en Amerika. In ons land (België, red.) staat hij eerder bekend als een invasievogel. Toch zijn er ook broedgevallen waargenomen. Waar hij echter ook leeft, overal is de vogel aangewezen op dennenbossen. Is er een voedseltekort in een bepaald gebied dan worden zwerftochten ondernomen; vandaar dat hij soms jaren in een bepaalde streek niet te zien is om dan in sommige regio’s massaal op te duiken.

Is de kruisbek een gril van de natuur? Is het een echte vink die klautert zoals parkieten dat doen? Is zijn snavel – waaraan hij zijn naam te danken heeft – een handicap?

Heeft u het geluk deze vogel van dichtbij te kunnen observeren en ziet u met welk gemak hij zaden en dennenappels kraakt, dan verzinken voorgaande vragen in het niets. Uiteraard is de kruisbek een echte vink; zijn snavel is geenszins een handicap maar een handig hulpmiddel bij het kraken van zaden.

Ook qua kleur is hij speciaal. Een volwassen man toont prachtig rood; de pop is met haar grauwgroene tint minder kleurrijk. Het meest opvallende blijft echter de markant gevormde bek, die als werktuig gebruikt wordt om de zaden uit de dennenappels te halen. Zo slaagt de grote kruisbek met zijn enorme snavel erin zelfs de zaden van de grove den te bemachtigen; de witband – die aanzienlijk kleiner is – heeft zich gespecialiseerd in het kraken van de dennenappel van de lariks. Het kraken van een dergelijke appel gebeurt als volgt: de snavel wordt in een appel gezet en drukt de schubben open. Met de tong haalt de kruisbek er de zaden uit.

De witband kruisbek meet 14,5 cm. en is daarmee de kleinste; de grote kruisbek bereikt vlot 17,5 cm. en is hiermee de grootste vogel uit de Loxiafamilie. De Schotse kruisbek is 16,5 cm. groot; zijn snavel houdt zowat het midden tussen die van de gewone en de grote kruisbek.

Ook de broedtijd van de kruisbek is op zijn minst eigenaardig te noemen. De vogel is wat dit betreft immers niet gebonden aan de jaargetijden, maar wel aan het voedselaanbod. De broedpiek situeert zich van januari tot april. Hier wordt de broedconditie dus niet opgebouwd door de lichttijd maar geïnspireerd door het al dan niet aanwezig zijn van het nodige dennenzaad. Zelfs gure weersomstandigheden als vorst en sneeuw kunnen de vogel niet van voortplanting weerhouden.

De pop van de kruisbek broedt alleen. De man voedt haar op het nest, wat hij ook doet wanneer er jongen zijn. De pop geeft het voedsel door aan de juvenielen. Wanneer de pop toch het nest verlaat kan het gebeuren dat de jonge kruisbekjes in een soort van "trance" vallen die vergelijkbaar is met het "verstarren" van kolibries. In beide gevallen is de bedoeling identiek: een minder verbruik van energie. Later warmt de kruisbekpop de jongen weer op. Als er voldoende nestwarmte is worden de kleintjes verder gevoederd

Als volièrevogel

In de volière boet de kruisbekman aan kleurintensiteit in. Hiertegen kan canthaxantine of bètacaroteen in het drinkwater of onder de voeding gemengd worden.

Echt tot zijn recht komt de kruisbek pas in een ruime volière waarin regelmatig verse dennentakken aangeboden worden. Doet u dit niet dan begint de vogel overal aan te knagen. Hierin kan de kruisbek zover gaan dat het houtwerk van de volière aan stabiliteit verliest. Hierom is deze vogel bij veel liefhebbers niet zo geliefd.

Waarschijnlijk was ik één van de eersten die met de kruisbek kon kweken. Dit gebeurde in 1974 en mijn kweekverslag, dat toen in tal van vogeltijdschriften als "curiosum" werd opgenomen, wil ik u toch niet onthouden:

"Ik bezit een kruisbekpop die het vooral als expositievogel waarmaakt. Ze is reeds 4 jaar in mijn bezit. Van een liefhebber bekom ik een kruisbekman die een hele volière kaal heeft gevreten. Zonder veel enthousiasme breng ik dit stel onder in een kweekvolière. Tegen de zijwanden breng ik dennentakken aan.

De voeding bestaat vooral uit kanariemengeling maar op vogelmuur in het zaad en gekiemde zonnepitten is het stel het meest verlekkerd. Niet gekiemde zonnepitten en kempzaad worden met mate gevoederd daar dit aan de basis van vetzucht kan liggen.

In januari zie ik voor het eerst hoe de man de pop aast. Dit tafereel herhaalt zich meer en meer. Eind februari zorg ik voor nestgelegenheid in de vorm van nestkorfjes, tralienestkastjes en samengebonden bremtakken met oude merelnesten erin.

Op 15 maart stel ik de eerste paring vast; de man zingt naast zijn pop met een grashalm in de snavel waarna ze copuleren. Op 25 maart zie ik een voltooid nest in een tralienestkastje van 12x12 x12 cm. Vanaf dan wordt mijn geduld lang op de proef gesteld. Stilletjes hoop ik op meer; kruisbekken die in de volière een nest bouwen is al iets maar toch …

De leeftijd van de pop doet me evenwel twijfelen. Alle twijfels worden echter weggenomen als op 7 april het eerste ei gelegd wordt. De kleur en de tekening van dit ei lijkt goed op dat van de groenvink, alleen is het iets groter.

Vanaf dat moment wordt iedereen van de volière weggehouden. Op 10 april begint de pop te broeden op drie eieren. Op 25 april zie ik de pop op de nestrand zitten: ze voedert een jong! Ik ben mijn nieuwsgierigheid niet meer de baas en doe een nestcontrole. Er zijn twee jongen en een onbevrucht ei. Op 28 april vind ik onder het nest een jong dood. Het andere wordt goed gevoed. Hele zakken dennenappels worden in de volière gedeponeerd. Ook vogelmuur in zaad, trosgierst, gekiemde zonnepitten, eivoer, waaronder droge insecten gemengd, en meelwormen worden verschaft.

Het jong groeit als kool. Op de zesde dag wordt het geringd met een J-ring (=3,23 mm.). Voor alle zekerheid wordt de ring vooraf boven een brandende kaars gehouden. Blinkende voorwerpen worden wel eens uit het nest gegooid. Vandaar. Toch storen de ouders zich niet aan de ring.

Eigenaardig genoeg heeft de jonge vogel een rechte bek. Wanneer het volledig in de pluimen zit lijkt het sprekend op een jonge groenvink; alleen is het wat groter. Op 15 mei vliegt de kruisbek uit en nu begint de bek lichtjes te kruisen. Het is nu vooral de man die het voederen voor zijn rekening neemt. Bij het zelfstandig zijn is de volledige snavel gekruist. De jonge kruisbek is zo tam dat hij zelfs op mijn hand komt zitten om een zonnepit te krijgen."

Aan deze kweek beleefde ik veel plezier; de vogel groeide uit tot een echte attractie. Veel vogelliefhebbers kwamen naar wat toen nog "een klein mirakel" heette kijken. Ik had ook het gevoel dat er velen kwamen kijken omdat ze het niet geloofden. Zelfs de plaatselijke pers kwam eraan te pas. Tussen toen en nu is er veel veranderd; momenteel geldt de kruisbek als een veel gekweekte vogel. Verbazend is dit niet daar deze vogel eigenlijk maar weinig eisen stelt. Ook met de grote en de witbandkruisbek worden reeds fraaie resultaten behaald. Zo zag ik in de zomer van 2001 bij Roger de Bel in Blankenberge liefst 21 jonge eigenkweek witbanden van twee koppels. Gewoon prachtige vogels met hun jeugdig strepenpatroon en karakteristieke witte vleugelbanden.

Schurftpoten

Merkwaardig, maar kruisbekken zijn uiterst gevoelig voor schurftpoten, ook wel kalkpoten genoemd. De oorzaak hiervan is een mijt die tussen en onder de pootschubben leeft. De vogels hebben hier zichtbaar last van en het is besmettelijk voor alle andere vogels die in dezelfde volière verblijven. Dus behandelen zodra men het constateert. NIET met huis-, tuin- en keukenmiddelen die onder vogelliefhebbers circuleren. Deze geven enkel een fraaier uitzicht aan de vogelpoot, maar helpen absoluut niet. In de handel bestaat speciale zalf tegen schurft: P-zalf van het merk Beaphar. Ook heeft Bogena een uitstekend product, namelijk Antiluchtpijpmijt op de markt gebracht dat 100% genezing garandeert. Eén druppel op de naakte huid tussen de schouders van een besmette vogel is voldoende om een snelle en volledige genezing te geven.

Als tentoonstellingsvogel

De kruisbek moet men zeker niet met de hand opkweken om ze tam te krijgen, het zijn van nature zeer kalme vogels. Zonnepitten komen ze binnen de kortste keren tussen je vingers uit halen. Wat nog niet wil zeggen dat het gemakkelijke tentoonstellingsvogels zijn; de poppen zijn er nog het best geschikt voor want de mannen hebben hun rode kleur niet altijd als voordeel. Zo komt de kruisbekman pas in zijn derde levensjaar op zijn mooiste kleur, maar dan zal er wel op tijd – voor de rui begint - aangevangen moeten worden met het geven van kleurstof. Men doet dit als volgt: 1 gr. Bètacaroteen, 1 gr. Cantaxanthine in een klein potje met kokend water doen en er goed voor zorgen dat er geen korreltjes meer heel blijven. Dat wijst er namelijk op dat de kleurstof te oud is. Vervolgens kan men de bereide kleurstof mengen in een fles met 1 ltr. drinkwater. Elke dag het drinkwater verversen en de fles zelf kan men het beste bewaren in de koelkast.

Voor wat de tekening betreft is het de onderstaart- en wangtekening die soms vaag is. Verder mist de kruisbek vaak glans op de bevedering door gebrek aan badwater. Ook een te zware lichaamsbouw speelt hen soms parten hetgeen te wijten is aan een te lang verblijf in een tentoonstellingskooi óf aan onaangepaste voeding.

 

Foto's kruisbek: R. Driesmans